Home > Actueel > Nieuwsberichten > Regiocoördinator over RAAK-aanpak

“De RAAK-aanpak is in de eerste plaats smeerolie en montagekit”

31 augustus 2010

Jongetje bij letters van de RAAK-campagne.

Sinds 1 november 2009 is Ria Andrews regiocoördinator RAAK voor de Haagse regio. Haar voornaamste taak is te zorgen voor een sluitende aanpak van kindermishandeling in haar regio. Wat zijn daarbij haar prioriteiten? Hoe gaat zij te werk? En wat is er intussen bereikt dankzij de RAAK-aanpak? Een gesprek met een bevlogen coördinator.

Wat doet een regiocoördinator RAAK?

“Wij zijn aangesteld om een sluitende aanpak kindermishandeling neer te zetten volgens de RAAK-aanpak. RAAK staat voor ‘Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling’. De methode is het resultaat van een proef die enkele jaren geleden is gehouden in vier regio’s in Nederland. Daaruit bleek dat je met weinig middelen toch tot een effectieve aanpak van kindermishandeling kon komen. Later is deze methode door professor Hermans vertaald in 55 aandachtspunten waaraan je als regio moet voldoen om van zo’n effectieve aanpak te kunnen spreken. Een voorbeeld van zo’n aandachtspunt is dat ouders vroegtijdig worden geïnformeerd over geweldloos opvoeden. Of dat er een meldcode is die het mogelijk maakt om melding te maken van vermoedens van kindermishandeling. Die 55 aandachtspunten proberen we nu in elk van de 37 RAAK-regio’s te realiseren.”

En hoe pakt u dat aan in uw regio?

“In onze regio zijn wij begonnen met het maken van een startfoto. Op alle 55 punten hebben wij gekeken hoe onze regio scoorde. Op basis van die uitkomst hebben wij vervolgens een werkplan gemaakt. Omdat dit een nogal dik pakket werd, heeft onze wethouder Jeugd dit terug laten brengen tot een behapbaar aantal prioriteiten voor onze regio.”

Welke prioriteiten zijn dat?

“In de eerste plaats willen wij een maatschappelijke norm neerzetten. Dat klinkt wat abstract, maar het betekent dat wij in onze regio mensen bewust willen maken van wat geweldloos opvoeden is, en dat wij hen willen helpen voorkomen dat situaties uit de hand lopen.

De tweede prioriteit is ervoor te zorgen dat professionals die met kinderen en ouders in aanraking komen, vroege risicosignalen en zorgelijke opvoedsituaties herkennen en er iets mee moeten kunnen doen.

Een andere prioriteit is dat er (op basis van de landelijke meldcode) een regionale meldcode komt. En dat alle organisaties in onze regio een handelingsprotocol hebben die voorschrijft hoe hun werknemers met die meldcode om moeten gaan. Daar zijn overigens verschillende niveaus in. Een conciërge kan signaleren, maar hoeft nog geen gesprek aan te gaan met de ouders. Hij geeft zijn vermoedens door aan de vertrouwenspersoon op zijn school. Van leerkrachten kan onder bepaalde omstandigheden wel worden verwacht dat zij een eerste gesprek met ouders voeren. Van de schoolmaatschappelijk werker wordt daarnaast ook verwacht dat zij hulp in kan zetten.

De laatste prioriteit in onze regio is het opstellen van een scholingsplan voor de medewerkers van organisaties die met kinderen en ouders in aanraking komen. Alleen dan kun je ervoor zorgen dat de beschikbare instrumenten, zoals een meldcode, ook echt worden gebruikt en niet in de kast blijven liggen.”

Levert de RAAK-aanpak al meetbare resultaten op?

“In de meeste regio’s zijn we echt te kort bezig om daar antwoord op te kunnen geven. Het is ook een lastige vraag, want wat ga je precies meten? Om een voorbeeld te geven, een van onze doelstellingen is dat het aantal meldingen en adviesvragen bij het AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling) stijgt. Dat bewijst namelijk dat mensen signaleren en in actie komen. Ik accepteer dat als een eerste doelstelling. Maar als de RAAK-aanpak écht gaat werken, dan moet het aantal meldingen uiteindelijk natuurlijk weer verminderen. Want als er in een vroeger stadium wordt gesignaleerd en als mensen meteen worden geholpen en organisaties goed samenwerken, dan hoeft het niet te komen tot een melding bij het AMK.”

Wat kunt u wel zeggen over de invloed van de RAAK-aanpak tot nu toe?

“Voordat wij met RAAK begonnen, heerste er op veel plekken een gevoel dat het allemaal niet goed liep. Veel mensen hadden een idee van wat er mis was, maar daar had niemand een duidelijk antwoord op. Een van de belangrijke resultaten van de RAAK-aanpak tot nu toe is dat heel concreet is gemaakt wát er dan niet goed liep.”

Kunt u een voorbeeld geven van iets wat in uw regio niet liep?

“Een belangrijk punt bij ons was het negatieve imago van het AMK. Organisaties gaven aan dat ze na een melding aan het AMK nooit meer iets hoorden, dat ze moeilijk bereikbaar waren. Intussen zijn we zover dat een aantal organisaties die op deze manier over het AMK dachten, in gesprek zijn gegaan met het AMK. En dan blijkt al snel dat je met heel eenvoudige afspraken alle onvrede kunt weghalen. Bijvoorbeeld door af te spreken dat je binnen 2 weken terugkoppeling krijgt na een melding.”

Dat klinkt eenvoudig…

“Het lijkt heel simpel, en dat is het ook. Maar het blijkt wel heel hard nodig te zijn. De RAAK-aanpak is in de eerste plaats smeerolie en montagekit. Wat wij doen is verbinden en versoepelen. Mensen en organisaties met elkaar in contact brengen. We proberen zo min mogelijk nieuws te verzinnen. We willen boven halen wat goed werkt, en dat bij anderen neerleggen en verbinden. RAAK is geen plek in de keten. RAAK is tijdelijk.”

Wat betekent tijdelijk?

“Aan het einde van dit jaar loopt RAAK af als project en daar maak ik me best zorgen over. Mijn huidige functie is om verbanden te leggen, mensen met elkaar in contact te brengen, en te zorgen dat de aanpak kindermishandeling integraal wordt aangepakt. Straks lopen we het risico dat iedere hulpverleningsorganisatie zijn eigen tuintje perfect aanharkt, maar dat het grote geheel vergeten wordt. Dat moeten we absoluut zien te voorkomen.”

  • RSS
  • Twitter
  • Tekstgrootte 
  • -
  • +
Begrippen Sitemap