Home > Actueel > Nieuwsberichten > Nijmegen
Nijmegen over de samenhang tussen onderwijs en CJG
29 april 2010
Waar het gaat over het lokaal jeugdbeleid komt er veel op gemeenten af. Hoe pakken gemeenten de veelheid aan onderwerpen op? En waar ontstaat daadwerkelijk samenhang tussen projecten? Rik Verdellen, beleidsmedewerker bij de gemeente Nijmegen, vertelt over de Nijmeegse aanpak waarin sterk wordt geïnvesteerd in de relatie tussen het CJG en het onderwijs.
Als gemeente zijn jullie regisseur van het lokaal jeugdbeleid. Hoe vult de gemeente Nijmegen dit in?
“Wij hebben in Nijmegen gekozen om een nieuw integraal lokaal jeugdbeleid te gaan voeren. Dit is recentelijk opgestart middels een Startnotitie. Onderdeel hiervan is het preventief jeugdbeleid uit de WMO. Het preventief jeugdbeleid hangt direct samen met het CJG. Als gemeente leveren wij niet alleen de overall projectleider om de CJG’s te realiseren, maar ook de coördinatoren die op de werkvloer van de verschillende CJG-locaties werken.”
Om hoeveel locaties gaat het?
“Momenteel hebben wij in 2 stadsdelen een CJG. Bedoeling is dat dat er 7 worden. Wij hebben ervoor gekozen om met onze CJG’s aan te haken bij brede scholen in onze stadsdelen. In elk van onze stadsdelen willen wij een CJG-locatie realiseren in het gebouw van zo’n school. Met behulp van ons virtuele CJG met een e-mail- en chatfunctie voor hulpvragen bieden wij trouwens nu al hulp voor alle stadsdelen. Belangrijke partners in onze CJG’s zijn de GGD, maatschappelijk werk en de MEE-organisatie voor informatie en advies. Voor al deze professionals inclusief Bureau Jeugdzorg en het welzijnswerk zijn er flexwerkplekken ingericht, zodat iedereen aanwezig kan zijn wanneer dat gewenst is.”
In ieder stadsdeel komt dus een CJG-coördinator van de gemeente?
“Dat klopt. En die coördinatoren zijn ook de voorzitters van de ZAT’s. Dat wil zeggen, van onze ZAT’s voor de leeftijdsgroepen van 0 – 4 jaar en van 4 – 12 jaar. Wat je in veel andere plaatsen ziet is dat de voorzitter van een ZAT iemand van een school is. Wij hebben ervoor gekozen om de gemeentelijk coördinator van het CJG ook voorzitter van de ZAT’s te laten zijn om de samenhang tussen onderwijs en de wijk te versterken. Dit doen we zo sinds eind januari. Dat is nog zeer recent, maar tot nu toe zijn de ervaringen goed.”
En hoe zijn de ZAT’s georganiseerd voor leerlingen ouder dan 12 jaar?
“Wij zijn op dit moment volop in gesprek met de besturen van ROC’s en de scholen voor het voortgezet onderwijs. De gedachte is dat de bestaande ZAT’s voor het voortgezet onderwijs en de ROC’s op dezelfde manier blijven werken als ze nu doen. Deze ZAT’s zijn schoolgebonden. Het enige wat wij willen bereiken is dat er een functionele lijn wordt gelegd tussen de voorzitters van deze ZAT’s en de coördinator van het CJG. Enerzijds door het gebruik van de verwijsindex, anderzijds door structureel overleg en uitwisseling van alle casussen.”
Wat kost jullie als gemeente de meeste tijd als het gaat om het realiseren van het lokaal jeugdbeleid?
“De meeste tijd gaat zitten in overleg en in het daadwerkelijk inbedden van de CJG-gedachte bij alle betrokken partijen. De kern van die CJG-benadering is dat je met elkaar samenwerkt en dat je verder kijkt dan je eigen instellingsbelang. Iedereen begrijpt dat als je dingen samen oplost, dat dat beter is vanuit het belang van het gezin en dat dat het CJG als samenwerkende organisatie ten goede komt. Maar toch is het eigen instellingsbelang een factor die moeilijk uit te vlakken is. Het heeft ook te maken met financieringsstromen die op ons vlak niet altijd eenduidig zijn en daardoor een effectieve samenwerking in de weg staan. Het is niet voor niets dat het kabinet onlangs met haar standpunten hierover naar buiten is gekomen.”
Zijn er ook zaken die meteen goed zijn gegaan?
“Ik ben zeer aangenaam verrast door de snelle invoering van de verwijsindex. Dat is toch geen gemakkelijk onderwerp met alle discussies op het gebied van privacy en de grootschalige samenwerking van instellingen die vereist was. Daarnaast ben ik tevreden over de realisatie van onze CJG-locaties tot nu toe en de samenwerking daarbij met onze partners.”
Wat zijn belangrijke leermomenten geweest voor Nijmegen?
“Het onderwijs is voor ons een onmisbare partij in de CJG-ontwikkeling. Maar het is ook een autonome partij waarmee we als gemeente geen directe subsidieband hebben. Het is geen geheim dat het ons veel tijd kost om met de ongeveer vijftig basisscholen en nog eens 15 scholen voor voortgezet onderwijs en een ROC in Nijmegen in eenzelfde richting te bewegen. Wat wij willen is dat scholen niet alleen in het schoolbelang denken maar ook in het belang van hun wijk. Ondanks het feit dat deze afstemming niet overal even snel tot stand komt, hebben wij in Nijmegen vanaf het begin sterk geïnvesteerd in die samenhang. En daarmee hebben wij voorkomen dat er een gat valt tussen de zorgstructuren van het onderwijs en die van het CJG. Dat vind ik onderscheidend positief voor Nijmegen. En daarmee wil ik dus maar zeggen dat de investeringen wel wat opleveren.”
Hoe gaan jullie als gemeente om met de andere projecten in het lokaal jeugdbeleid?
“Zo goed als alle projecten van het preventief jeugdbeleid brengen wij in Nijmegen samen onder de vlag van het CJG-beleid. De verwijsindex, digitalisering dossier jeugdgezondheidszorg en de aanpak kindermishandeling zijn voorbeelden van projecten waarbij wij veel op bovengemeentelijk niveau samenwerken. Het zijn projecten die in zekere zin een zelfstandige status hebben, maar waarmee we vanuit onze CJG’s nauwe banden onderhouden. Dat borgen wij in ons regionale CJG-beleid. De CJG’s zelf en de ZAT’s vallen onder ons lokale CJG-beleid. Het is niet voor niets dat we op dit vlak als gemeente de grootste invloed hebben op de samenhang tussen projecten.”
Hoe ziet de nabije toekomst eruit? Waar gaat Nijmegen zich op focussen?
“Tussen nu en een half jaar willen we de samenwerking tussen CJG en de ZAT’s voor het voortgezet onderwijs en de ROC’s goed geregeld hebben in het kader van de Wet Zorg in en om de School. Dit jaar willen we ook onze eerste 2 CJG’s evalueren. In feite zijn dit pilots voor de andere CJG’s. In 2011 willen we nog 2 CJG’s in de stadsdelen West en Midden realiseren. In 2012 willen we, bij een positieve evaluatie van de ervaringen, in alle stadsdelen een CJG hebben.”
Voor meer informatie over de Nijmeegse aanpak kunt contact opnemen met de heer Rik Verdellen (r.verdellen@nijmegen.nl / 024-3299134).



