Home > Actueel > Nieuwsberichten > JeugdCafé
JeugdCafé: podium voor inhoudelijk debat stelselwijziging
22 februari 2012
“Op het bordje ‘jongeren’ moet de hoofdmoot voor 80% bestaan uit sport, cultuur en onderwijs. Lijntjes met de zorg voor jeugd vormen slechts garnituur.” Zo luidde het warme pleidooi van wethouder Bart Eigeman (Den Bosch) tijdens de discussie rond ontmedicaliseren in de zorg voor jeugd. Eigeman deed zijn oproep tijdens de drukbezochte, eerste editie van het JeugdCafé in Den Haag. Het ministerie van VWS organiseert de komende tijd regelmatig JeugdCafés om het inhoudelijke debat over de stelselwijziging jeugdzorg op informele wijze met betrokken partijen te voeren.
Er staan vijf JeugdCafés gepland, elk georganiseerd rondom een actueel thema in de zorg voor jeugd. In het eerste JeugdCafé, op donderdag 9 februari, stond de discussie rond ‘Ontmedicaliseren’ centraal. Is het een goed idee om te ontmedicaliseren of juist niet? En hoe doe je dat eigenlijk? Onder leiding van Léon Wever, directeur Jeugd bij VWS en Marcel Bamberg van de Nationale Jeugdraad (NJR) gingen vier vooraanstaande experts op dit onderwerp met elkaar en de zaal in discussie. Een zaal die, naarmate de klok richting 16.30 uur liep, steeds voller liep.
De gekozen locatie, het sfeervolle etablissement Het Kookcafé, op het Muzenplein in Den Haag, zag er dan ook uitnodigend uit. Rond stijlvolle statafels, voorzien van een hapje en een drankje, verzamelden zich circa 80 genodigden die zich op rijksniveau bezighouden met de stelselwijziging. Rijksambtenaren, maar ook leden van de – voor de stelselwijziging ingerichte –klankbordgroepen van brancheorganisaties, beroepsverenigingen en cliëntenorganisaties hadden ruimschoots gehoor gegeven aan de uitnodiging om in het JeugdCafé met elkaar in debat te gaan; dit keer dus over ‘Ontmedicalisering’.
Structuren en grenzen
Laurens Vlasveld, kinderarts en ADHD-deskundige, wees op het verband tussen de huidige maatschappelijke omstandigheden en de diagnose ADHD. “In onze samenleving zijn grenzen en structuren verdwenen. Er zijn hier veel omstandigheden die ADHD stimuleren.” In zijn visie zou de diagnose ADHD (en bijbehorende medicalisering) minder voorkomen als de structuren in de maatschappij duidelijker zouden zijn. “Als meesters en juffen weer met ‘u’ zouden worden aangesproken en er sprake is van natuurlijk respect.”
Alternatief?
Ook Klasien Horstman, hoogleraar Filosofie van Public Health, Medicine and Life Sciences van de Universiteit Maastricht, zocht de oplossing in andere strategieën dan simpelweg medicaliseren of ontmedicaliseren. Interessant is dat zij het Rijk erop wees de discussie verkeerd aan te vliegen door de keuze voor de term ‘(ont)medicalisering’. “Ontmedicaliseren klinkt aardig, maar het is meteen denken in oplossingen, waarmee je de blik als het ware afwendt van de misère die eronder ligt. Want er zijn wel degelijk mensen en kinderen die lijden. Dat moet je aanpakken. Punt is, waarmee? Er is geen alternatief. Dat ontbreekt wat mij betreft in de boodschap van de staatssecretaris. Investeren in onderzoek naar sociale strategieën en instrumenten zou een alternatief kunnen zijn. Daar is meer voor nodig dan een discussie over civil society: de buurvrouw gaat ’t niet doen, denk ik.”
Hoofdmoot en garnituur
Wethouder Jeugd Bart Eigeman (Den Bosch) kreeg met een charismatisch verhaal over Tarik (16) de zaal stil. “Een joch met enorm veel labels. Maar toen een jeugdwerker zijn percussietalent ontdekte en hem inschreef voor een talentenjacht keerde het tij. Tarik won, kreeg zelfvertrouwen, ging naar het mbo en wil straks iets doen met muziek.” Eigeman vergeleek dit verhaal met de bezielende overtuiging van chefkok Albert Kooij. “Kooij beweert dat het eten beter én goedkoper wordt als we de hoofdmoot omdraaien, als vlees nog maar 20% inneemt op ons bord en garnituur 80%. Ik zou die gedachte graag toepassen op het jeugddomein. Op het bordje ‘jongeren’ moet de hoofdmoot voor 80% bestaan uit sport, cultuur en onderwijs. Lijntjes met de zorg voor jeugd vormen slechts garnituur.”
Problemen vs stoornissen
Theo Doreleijers, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie aan VUmc in Amsterdam, wilde met nadruk niet alle kinderen over één kam scheren. “Je hebt jeugdproblemen en jeugdstoornissen. Een jeugdige mag nog zo druk, somber of ongecontroleerd zijn, als hij (m/v) functioneert, hoef je niet te medicaliseren. Is echter wél sprake van disfunctioneren, dan is geestelijke gezondheidszorg nodig. De echte probleemgevallen moet je echte zorg bieden.”
Sterke professionals
Met die laatste opmerking reageerde Doreleijers op de zaal waaruit een medewerker van MEE Nederland vroeg of de stelselwijziging zal bijdragen aan ontmedicalisering? Doreleijers gaf aan voor een deel brood te zien in de stelselwijziging. “De zorg voor jeugd kan heel goed worden ondergebracht bij gemeenten. Mits daar de juiste mensen zitten. Maar nogmaals, de échte probleemgevallen verdienen échte zorg. Die moet je niet willen opsplitsen naar gemeenten. De jeugdpsychiatrie/ggz moet een eigen financieringsstructuur behouden. Ook vanwege de specialisten-opleidingen en het wetenschappelijk onderzoek, én vanwege de continuïteit met de volwassen psychiatrie; anders ontstaan nieuwe schotten.” Klasien Horstman sloot aan bij Doreleijers pleidooi voor de juiste mensen. “Ontmedicaliseren is ook een maatschappelijk fenomeen. Daar heb je sterke professionals voor nodig. En betere opleidingen.”
Positief benaderen
Wethouder Eigeman sloot af met een oproep: “Laten we de jeugd van tegenwoordig toch vertrouwen.” En met die conclusie leek de zaal het eens. AJN-voorzitter Catelijne Wierenga pleitte ervoor het probleemdenken los te laten en te kijken naar wat een kind in de eigen context nodig heeft. Vanuit het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) kwam het voorstel de discussie vooral te laten gaan over die hele grote groep kinderen die opvoeding, onderwijs, cultuur en nuttig tijdverdrijf nodig heeft. “Ik ben blij dat we dat met z’n allen delen”, rondde Bamberg definitief af. “We moeten jongeren positief benaderen en in hun eigen kracht zetten.”
Geslaagde start
Na een hartelijk dankwoord van Léon Wever (directeur Jeugd, VWS) wachtte de borrel. Onder klinkende glazen werd informeel nog flink doorgepraat over het onderwerp waar straks zoveel in gaat veranderen: de zorg voor jeugd. Dat veel partijen zich oprecht betrokken voelen bij de ophanden zijnde stelselwijziging, maakte dit eerste JeugdCafé wel duidelijk. Waarmee de aftrap richting een transitieproces met oog voor visie is gegeven.



