CJG-lessen uit vier Europese landen

2 februari 2009

Duits gezin op de rug gezien

Nederland is niet het eerste land waar Centra voor Jeugd en Gezin ontstaan. België, Duitsland, Engeland en Finland zijn ons voorgegaan. Welke lessen hebben deze landen voor de Nederlandse CJG-ontwikkeling?

Hoe 'Hollands' zijn thema's als gezinsgericht werken, nadruk op preventie en aandacht voor de samenwerking met kinderen en opvoeders? Ook in landen om ons heen staan ze centraal en hebben ze geleid tot Belgische, Duitse, Engelse en Finse varianten van de Centra voor Jeugd en Gezin. Vier lessen die Nederland kan leren van de voorlopers.

Participatie

De eerste les luidt: betrek beroepskrachten, ouders en kinderen bij de CJG-ontwikkeling. Het investeren in participatie was in Engeland een van de sleutels tot verandering. De ingeschatte behoefte aan zorg bijvoorbeeld bleek niet aan te sluiten op de werkelijke behoefte. Door niet het aanbod maar de vraag van ouder en kind centraal te stellen, komt pas echt een verandering tot stand. Een ander voorbeeld. Als duidelijk wordt dat niet iedereen gezondheid op dezelfde manier definieert, is een gemeenschappelijke taal nodig waarin zowel kinderen, ouders als beroepskrachten zich kunnen herkennen. Via participatie wordt dit bereikt.

Ontmoetingsplek

'Maak van het CJG een ontmoetingsplek' is de tweede les. De Finse CJG-variant is opgezet als ontmoetingsplek voor alle ouders. De vanzelfsprekendheid - om te voorkomen dat een CJG als probleemcentrum wordt gezien - is erin gebracht door alle gezinnen een training te laten volgen ter voorbereiding op het ouderschap. Na de geboorte komen ouders in groepen bijeen om elkaar te ontmoeten en te adviseren over opvoedkwesties. Het centrum is dus geen organisatie die alleen professionele hulp biedt. Juist het onderlinge contact tussen ouders maakt het centrum een vanzelfsprekende plek voor ouders om naartoe te gaan.

Voor álle ouders en kinderen

Les 3: richt het CJG via een breed preventief aanbod op alle ouders en kinderen. Logisch en het ideaal. De praktijk laat zien dat gemeenten toch vaak programma?s voor risicogroepen prioriteit geven. De Duitse overheid gaat ervan uit dat een brede preventieve aanpak goed is te combineren met aandacht voor risico?s. Voor de Duitsers is de positieve uitstraling van een preventieve benadering belangrijk omdat dit de laagdrempeligheid voor alle ouders benadrukt. Een Duits familiecentrum biedt opvang voor kinderen tot zes jaar en organiseert daarnaast activiteiten voor alle kinderen in de voorschoolse leeftijd en hun ouders. Het aanbod kan per centrum verschillen. 

In Vlaanderen begint de opvoedondersteuning op de eerste dag van een leven. Door de aandacht voor positieve manieren om een kind op te voeden en te verzorgen, krijgt opvoedondersteuning een preventief en niet-problematiserend karakter, is het idee. De Belgen besteden ook aandacht aan het tijdig delen van zorgen over opvoeding, zodat zorgen niet uitgroeien tot problemen.  

Niet alles tegelijk

De vierde en laatste les: neem de tijd, doe niet alles tegelijk. Nederland kan van België, Duitsland, Engeland en Finland leren dat het tijd kost om laagdrempelige informatie, advies en ondersteuning voor gezinnen goed te organiseren. Een breed preventief aanbod van opvoedondersteuning ontwikkelen, is een lastige en tijdrovende opgave. Zo rekenen de Engelsen erop dat zij 10 jaar nodig hebben om hun Children's centres en het daarbijbehorende professionaliseringstraject te ontwikkelen. 

 

Bron: Centra voor Jeugd en Gezin - de lessen uit vier Europese landen (uit Kennis, een tijdschrift van het NJi; op de website van het NJi kunt u het gehele artikel lezen/downloaden)

  • RSS
  • Twitter
  • Tekstgrootte 
  • -
  • +
Begrippen Sitemap