Regio Zuid-Holland Noord kiest voor integrale aanpak

25 september 2009

Mensen in overleg

Als het gaat over het verbeteren van zorg voor jongeren en gezinnen, dan onderscheidt de regio Zuid-Holland Noord zich. “Er zijn niet veel regio’s waar partijen zo intensief met elkaar samenwerken.”

Paulien Blom is werkzaam in de regio, onder andere als regiocoördinator van JeugdMATCH ZHN, de regionale variant van de landelijke Verwijsindex risicojongeren (VIR). Zij legt graag uit wat de meerwaarde is van de integrale aanpak waarvoor de regio gekozen heeft.

Integrale aanpak CJG, VIR en zorgcoördinatie

In maart 2007 werd door 15 gemeenten in Zuid-Holland Noord, de regionale zorginstellingen en de provincie Zuid-Holland het convenant Ketenaanpak jeugdbeleid, jeugdzorg en gezinsondersteuning ondertekend voor de periode 2007-2010. De afspraken gingen over de totstandkoming van Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) in elke gemeente, het invoeren van een regionale verwijsindex risicojongeren en de coördinatie van zorg. “Deze drie doelen willen wij niet los van elkaar zien”, vertelt Blom. “Het zijn instrumenten die moeten leiden tot het centrale doel: kwaliteitsverbetering in onze zorg.”

De CJG’s, de regionale verwijsindex en de zorgcoördinatie worden via drie trajecten gerealiseerd. Voor de organisatie van de uitvoering van het convenant is een projectorganisatie neergezet. De projectgroep Ketenaanpak zet de lijnen uit en coördineert de activiteiten rond de drie uitvoeringstrajecten, onder regie van een stuurgroep. De drie trajecten kennen elk een werkgroep bestaande uit gemeenten en instellingen.

Zorgcoördinatie op drie niveaus

Bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel voor de verwijsindex risicojongeren, naar verwachting 1 januari 2010, moeten alle gemeenten zijn aangesloten op de landelijke verwijsindex risicojongeren. In de regio Zuid-Holland Noord draait sinds 8 juni 2009 al de regionale variant van de verwijsindex: JeugdMATCH. Dankzij dit systeem is de regio goed voorbereid op de aansluiting op de landelijke verwijsindex, naar verwachting nog dit jaar. “We zijn erg blij met het systeem”, vertelt Blom. “Maar wat doen we als hulpverlenende instanties nadat we elkaar via de verwijsindex hebben gevonden? Daar gaat het uiteindelijk om. En hoe helpen we als instanties onderling elkaar als we binnen de grenzen van onze eigen organisatie niet verder komen?”

Een belangrijk deel van het antwoord op deze vraag ligt in een effectieve zorgcoördinatie. In Zuid-Holland Noord wordt daarbij gewerkt vanuit het principe van 'één gezin, één plan'. Hulpverleners maken één totaalplan voor kind en gezin. Zij weten van elkaar wat ze doen en één van hen heeft de coördinatie van de zorg.

“In onze regio onderscheiden we verschillende niveaus van zorgcoördinatie”, legt Blom uit. “In verreweg de meeste gevallen kunnen gezinnen hun eigen zorg regelen. In zo’n geval is coördinatie niet nodig. Het kan echter ook zijn dat een gezin met meerdere instanties te maken heeft en dat er in een of andere vorm professionele zorgcoördinatie nodig is. Dit noemen we algemene zorgcoördinatie en deze kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd door een professional van een van de deelnemende instellingen. In een beperkt aantal gevallen hebben gezinnen zware zorgcoördinatie nodig. Bijvoorbeeld als verslavingszorg of de psychiatrie erbij betrokken moeten worden. In deze gevallen wordt de zorgcoördinatie uitgevoerd door regionaal opererende specialisten.”

Verder denken dan de grenzen van je eigen organisatie

Voor de verschillende niveaus van zorgcoördinatie heeft de regio Zuid-Holland Noord afspraken gemaakt. “Het zijn afspraken die het mogelijk moeten maken een probleem op te schalen en een andere instantie in stelling te brengen”, vertelt Blom. “Het houdt dus niet op als je als professional niet meer verder kunt binnen je eigen organisatie.”

De realisatie van een verwijsindex en de inrichting van de CJG’s bieden veel voordelen om organisaties aan elkaar te koppelen. “Een CJG is net als de verwijsindex een katalysator voor betere samenwerking”, aldus Blom. “Als je fysiek bij elkaar zit en van elkaar ziet waar je mee bezig bent dan kan dat alleen het wederzijdse begrip bevorderen. Organisaties kunnen niet meer onbereikbaar zijn voor elkaar.” Tegelijkertijd waarschuwt Blom voor te veel aandacht voor het gebouw. “Het gaat niet om de kwaliteit van het gebouw, maar om de kwaliteit van wat je met elkaar doet. Oftewel, de werkwijze die je met elkaar afspreekt.”

“En bij die werkwijze gaat het niet alleen om wat je met elkaar afspreekt, maar wat je daadwerkelijk realiseert”, voegt zij er snel aan toe. “Want je moet wel kijken naar de capaciteiten en kwaliteiten van je professionals. Je kunt allerlei methodieken verzinnen met daaraan gekoppelde verwachtingen. Maar kunnen de mensen deze verwachtingen ook waar maken? En zo niet, wat moet er gebeuren zodat ze dat wel kunnen? Moeten ze beter opgeleid worden? Moeten ze meer tijd krijgen voor zo’n nieuwe werkwijze?

Ook het management moet doordrongen zijn van de consequenties van een bredere aanpak, vindt Blom. “Het is mooi als we bedenken dat medewerkers verder moeten kijken dan de grenzen van hun eigen instelling, maar dan moeten ze wel voldoende ruimte krijgen. Financieel, maar ook qua regels. Dan moet het dus mogelijk zijn om een huisbezoek af te leggen als een medewerker tot de conclusie komt dat dat de aangewezen manier is om tot een oplossing te komen.”

Platforms

De regio Zuid-Holland Noord heeft intussen twee jaar ervaring met de integrale aanpak en tot nu toe is de gezamenlijke aanpak effectief gebleken. “Ik ben erg blij dat we binnen onze regio de invoering voor al onze gemeenten in één keer hebben kunnen doen”, vertelt Blom. “Het leuke van de integrale aanpak is dat het niet alleen effectief is, maar dat er allerlei platforms ontstaan waar zaken georganiseerd en besproken worden die misschien niet direct onder een van de drie trajecten vallen, maar die wel zo wezenlijk zijn dat ze ons verder helpen. Zo hebben we bijvoorbeeld prikkelende lezingen gehad door experts over de regelgeving rond privacy. Erg relevant voor alles waar we momenteel mee bezig zijn. Uitvoerders die zich verschuilen achter de bewering dat het allemaal niet mogelijk is, krijgen dan te horen wat wel mogelijk is. Dat soort bijeenkomsten brengt veel op gang. Het helpt ons breder te kijken en meer te bereiken. En dus wordt het ook veel zinvoller wat je doet.”

  • RSS
  • Twitter
  • Tekstgrootte 
  • -
  • +
Begrippen Sitemap