ZAT's in het mbo

Zeven locaties, zeven ZAT’s

Het ROC ID College is een regionaal opleidingencentrum met vestigingen in Alphen aan den Rijn, Gouda, Katwijk/Lisse, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Woerden en Zoetermeer. Op elk van de 7 locaties is er een Onderwijs Servicecentrum. Hier zijn ROC-medewerkers werkzaam die ervaring hebben in het begeleiden van jongeren met problemen. De Onderwijs Servicecentra hebben een zeer nauwe betrokkenheid met de zorg- en adviesteams (ZAT’s). Vanuit deze centra wordt namelijk bepaald welke jongeren in een ZAT worden besproken en welke jongeren direct met een hulpverleningsinstantie in contact kunnen worden gebracht.

Elly van de Bree is manager van de 7 Onderwijs Servicecentra en legt uit hoe de samenhang met de ZAT’s is georganiseerd: “In ons gebied heeft het ROC te maken met maar liefst 96 gemeenten. Omdat we op iedere locatie te maken hebben met andere maatschappelijke werkorganisaties, jeugdzorgorganisaties, regionale politiekorpsen, hebben we ervoor gekozen om 7 afzonderlijke ZAT’s in te richten. Een voor elke locatie. De coördinatoren van de Onderwijs Servicecentra zijn ook de voorzitters van de ZAT’s. Zij bereiden de casussen voor, zorgen dat ouders en studenten worden ingelicht, enzovoort.”

Het functioneren van de ZAT’s verschilt per locatie, vertelt Van de Bree. “Dat heeft te maken met de grootte van de school en het aantal jongeren dat zorg nodig heeft. De meeste ZAT’s komen eens in de zes weken bij elkaar om te bespreken welke jongeren begeleiding nodig hebben. Op de grotere locaties, bijvoorbeeld Gouda, hebben we ook zogenaamde mini-ZAT’s. Een mini-ZAT is een wekelijks overleg met de zorgaanbieders die toch al wekelijks bij ons op de locatie zijn. Politie en Bureau Halt zijn daarbij meestal niet aanwezig. Maar andere partners zoals jeugdzorg, jongerenloket en leerplichtambtenaar overleggen dan of bepaalde cases al meteen behandeld kunnen worden.”

Multiproblematiek

Daarmee zijn de ZAT’s vooral vergaderingen die gaan over jongeren met meervoudige problemen. Van de Bree onderschrijft dit: “In de ZAT’s kijken we inderdaad naar problemen waar veel verschillende kanten aan zitten. Het zijn problemen waarbij we echt met elkaar moeten zoeken wat de beste ingang is en wie het beste die zorg kan coördineren. Echte multiproblematiek dus.”

De Onderwijs Servicecentra bepalen of een jongere in een ZAT moet worden besproken, of direct kunnen worden begeleid. “Daarmee functioneren de Onderwijs Servicecentra als een soort filter”, licht Van de Bree toe. “Cases die direct naar een hulpverlener kunnen, hoeven niet te wachten op behandeling in een zeswekelijkse ZAT-vergadering. Maar wie draagt jongeren dan voor bij het Onderwijs Centrum? “Dat zijn vaak de studieloopbaanbegeleiders”, antwoordt Van de Bree. “Zij hebben regelmatig contact met de studenten en signaleren of het wel of niet goed gaat. En dan gaat het natuurlijk om niet problemen die alleen onderwijsgerelateerd zijn, bijvoorbeeld dat een leerling moeite heeft met Nederlands. Maar wel om leerlingen die problemen hebben in de thuissituatie, bijvoorbeeld in combinatie met depressiviteit.”

Hoewel de term ZAT relatief nieuw is, is de bijbehorende werkwijze niet nieuw voor Van de Bree. “De laatste ZAT kwam er vorig jaar bij, in Leidschendam. Maar in Gouda, onze grootste locatie, werken we al 8 jaar met een ZAT. Dat is dus al lang voordat de term bestond. Wel is het zo dat we pas sinds 2 jaar onze werkwijze professioneel hebben vastgesteld in een ZAT-handboek dat we in samenwerking met het NJi hebben opgesteld.”

Samenhang

Iets wat nog verbeterd kan worden, is de samenhang met de ZAT’s in het primair en voortgezet onderwijs, vindt Van de Bree. “Momenteel is het nog niet zo dat als een kind in het voortgezet onderwijs al in een ZAT besproken is, dat wij op het MBO die kennis ook hebben. Terwijl je toch zou verwachten dat de drie niveaus op de hoogte moeten zijn van de voorgeschiedenis van een leerling. In Leiden is er overigens nu een regiegroep waar die verbindingen wel worden gelegd.”

Ook de samenwerking met de CJG’s is nog in ontwikkeling. Van de Bree: “De contacten zijn er. We weten van elkaar wat speelt. Maar over het algemeen zie je dat CJG’s zich toch meer op het jonge kind richten. Tot een jaar of 12. Bij ons zijn de leerlingen op zijn minst 16 jaar. Wel is het zo dat de partners in onze ZAT’s ook betrokken zijn bij de CJG’s.”

“Dat geldt ook voor de Veiligheidshuizen”, voegt zij eraan toe. “Bepaalde jongeren die in de Veiligheidshuizen van Alphen of Gouda ter sprake komen, kunnen best bij ons op school zitten. In die zin is er dan ook overleg. Maar het is meer naar aanleiding van individuele gevallen en op overlegniveau, dan dat wij structureel samenwerken. Als een casus zich voordoet, schuiven we aan bij elkaar. En net als bij een CJG zijn het in een Veiligheidshuis vaak dezelfde partners die ook in een ZAT deelnemen. Dus men is wel op de hoogte van wat er speelt.”

Meer informatie

Voor meer informatie over het ZAT van het ID College kunt u contact opnemen met Elly van de Bree via: 079-3203020.

  • RSS
  • Twitter
  • Tekstgrootte 
  • -
  • +
Begrippen Sitemap