ZAT's in het primair onderwijs

Titia Vollema is directeur van Sine Limite, een samenwerkingsverband van basisscholen in Deventer en omgeving. Na een invoeringstraject van twee jaar draait het bijbehorende ZAT sinds 1 augustus 2008. Daarmee was het een van de eerste functionerende ZAT’s was voor het primair onderwijs in Nederland. “Dat is niet geheel toevallig”, licht Vollema toe. “Wij waren vanaf het begin al betrokken bij initiatieven van OCW en Jeugd en Gezin om de eerste ZAT’s van de grond te krijgen.” De referentiemodellen voor ZAT’s in het primair onderwijs zijn mede door Vollema en haar collega’s ontwikkeld.

Twee niveaus

“Wat je vaak ziet in het primair onderwijs is dat de samenwerking tussen jeugdzorgpartners en scholen op twee niveaus wordt ingevuld”, legt Vollema uit. “Een zorgteam op de school zelf en een bovenschools ZAT. In de zorgteams zitten minimaal een interne begeleider en een jeugdverpleegkundige. In de helft van onze scholen zit een maatschappelijk werker; dat is weer afhankelijk van de wijk en de geldende problematiek. En verder is er plek voor een psycholoog of orthopedagoog. Dat kan een vaste plek zijn of een plek op afroepbasis.” De zorgteams zorgen voor een snelle eerste beoordeling en waar nodig handelingsadvisering en hulp.

In het bovenschoolse ZAT zitten de voorgeschreven teamleden, waaronder bijvoorbeeld vertegenwoordigers van bureau jeugdzorg, de GGD, en maatschappelijk werk. Voor politie en de leerplichtambtenaar zijn vrije stoelen aanwezig. Het bovenschools ZAT handelt voor alle aangesloten scholen de complexere zaken af die niet in de zorgteams kunnen worden afgehandeld. Hieronder vallen bijvoorbeeld de multidisciplinaire beoordeling en de diagnostiek en de indicatiestelling bij complexe problemen. “Op jaarbasis worden bij ons 400 gezinnen besproken in de ZAT’s bij de scholen zelf, en zo’n 200 gezinnen op bovenschools niveau”, aldus Vollema. “Ons bovenschools ZAT komt één keer per maand bijeen.”

Bovenschools

Ab Kreunen is voorzitter van een zogenaamd jeugdzorgadviesteam dat namens een groot aantal basisscholen in de regio rond Winterswijk de ZAT-taken uitvoert. Per 1 januari 2010 gaat dit adviesteam ook officieel door als een bovenschools ZAT. “Anders dan in het Deventerse samenwerkingsverband, zijn er hier nog niet zo veel interne zorgteams op de scholen zelf”, vertelt Kreunen. “Daarom heeft het nu functionerende jeugdzorgadviesteam een bijzonder intensieve taak. We komen dan ook wekelijks bij elkaar.” Hoewel de term ZAT vrij recent is, werken Kreunen en zijn collega’s al langer volgens de principes die aan de ZAT’s ten grondslag liggen. “In de loop van de jaren hebben we resultaten geboekt die we zeker willen vasthouden.”

Resultaten

“Een van de grote voordelen zijn de korte lijnen”, aldus Kreunen. “Vroeger moest ieder probleem vanuit de verschillende disciplines apart worden opgepakt. Nu gebeurt bijna alles in een keer rond de tafel.” Dat is nu ook mogelijk vanwege een zorgvuldige intake. “Doordat tegenwoordig een maatschappelijk werker zowel naar de school als naar het gezin van het kind in kwestie gaat, is er zoveel informatie beschikbaar op het  moment dat het ZAT vergadert, dat er ook direct beslissingen kunnen worden genomen.”

Andere resultaten die Kreunen benadrukt, zijn enerzijds een betere evaluatie. Worden adviezen opgepakt? Wat levert de gekozen werkwijze op? Anderzijds een intensievere terugkoppeling aan het gezin. Waar vroeger een gezin telefonisch op de hoogte werd gebracht over wat er met het kind moest gebeuren, gebeurt dit nu in levenden lijve door een van de maatschappelijk werkers. Hierdoor is er scherper zicht op de gezinssituatie en kan er ondersteund worden als ouders dreigen af te haken. Stuk voor stuk zijn het verbeteringen die mogelijk zijn geworden door een betere samenwerking met de betrokken partners.

Ook Vollema is te spreken over het resultaat van haar ZAT. “Voordat wij ons ZAT hadden, werkten wij ook al goed samen in de vorm van een commissie leerlingenzorg. Maar de overgang naar een ZAT zorgt er vooral voor dat alles veel professioneler wordt aangepakt.” Iets wat zich onder andere uit in het vastleggen van protocollen en de werkwijze.

ZAT’s en CJG’s

Hoe sluiten de ZAT’s en de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) optimaal op elkaar aan? Net als in de rest van Nederland zijn hier voor Kreunen en Vollema nog de nodige vragen te beantwoorden. “In Deventer zijn we verder met de ZAT’s dan met de invoering van onze CJG’s”, vertelt Vollema. “Het is voor ons evident dat de CJG’s netwerkorganisaties zijn die op onze ZAT’s zullen aansluiten.” Hoe dat in detail ingevuld wordt, weet ook Vollema nog niet. “Maar een zeer belangrijke brugfunctie tussen CJG en ZAT’s zal in ieder geval worden vervuld door de jeugdverpleegkundige en de maatschappelijk werker die zowel in het overleg van het ZAT als van het CJG zullen deelnemen.”

Ook in de regio van Kreunen zijn - met uitzondering van de gemeente Oude IJsselstreek – alle CJG’s nog in oprichting. Daarom zijn ook voor hem nog niet alle vragen te beantwoorden. Niet in de laatste plaats omdat de regionale dekking van zijn ZAT een andere is dan de gemeentelijke dekking die de CJG’s zullen hebben. “Met ons ZAT hebben wij te maken met vier gemeenten. Het is even zoeken wat de handigste aansluiting is”, verwacht Kreunen, “maar dát de CJG’s en ons ZAT op elkaar moeten aansluiten staat buiten alle discussie. Daar zie ik veel meerwaarde in.”

“En zo lastig is het ook weer niet”, voegt hij eraan toe. “Vanaf januari vergaderen wij met ons ZAT beurtelings op verschillende plekken om zo dicht mogelijk bij onze scholen te zijn. Ik noem dat onze carrousel. En als we dan toch vergaderen in Winterswijk, dan kan het niet zo moeilijk zijn om aansluiting te vinden met het CJG in Winterswijk. En hetzelfde geldt voor de andere gemeenten.”

Meer informatie

Meer informatie over de hierboven beschreven ZAT-cases kunt u opvragen bij mevrouw Titia Vollema (sinelimite@po-deventer.nl) en de heer Ab Kreunen (info@swvbrevoordt.nl).

  • RSS
  • Twitter
  • Tekstgrootte 
  • -
  • +
Begrippen Sitemap