ZAT's in het voortgezet onderwijs

Scholing, voorbereiding en regieafspraken verhogen effectiviteit

De Gemeentelijke Scholengemeenschap (GSg) Schagen is een brede scholengemeenschap voor gymnasium, atheneum, havo en vmbo met ruim 3200 leerlingen en ongeveer 400 medewerkers. Momenteel telt de scholengemeenschap drie zorg- en adviesteams (ZAT’s). An van Zon is leerlingbegeleider en zorgcoördinator. Zij vertelt over de ZAT-organisatie en het functioneren ervan.

ZAT’s en zorgteams

“Wij hebben een grote school, en onze school is verdeeld over meerdere locaties”, vertelt Van Zon. “Daarom hebben wij ook meerdere zorg- en adviesteams. Momenteel zijn dat er drie. Een voor het vmbo, een voor de havo- en vwo-leerlingen en een voor de praktijkschool. We hebben ook drie zorgcoördinatoren. Zelf ben ik daar een van, voor het vmbo.”

Zorgcoördinatoren bij de GSg Schagen nemen namens de scholengemeenschap deel aan de ZAT’s. De ZAT-vergaderingen vinden iedere zes weken plaats. In zo’n ZAT zitten naast de zorgcoördinator een schoolpsycholoog, een schoolmaatschappelijk werker*, een schoolarts, leerplichtambtenaar en iemand van de politie. Op afroep kan het ZAT worden uitgebreid met iemand van de verslavingszorg. De zorgcoördinator is voorzitter van het ZAT en brengt leerlingen in voor bespreking.

(* Voor de praktijkschool is MEE aanwezig in het ZAT, in plaats van het schoolmaatschappelijk werk.)

De link met Bureau Jeugdzorg wordt vertegenwoordigd door de schoolmaatschappelijk werker. Mochten er indicaties nodig zijn voor Bureau Jeugdzorg, dan wordt tijdens het ZAT afgesproken wie dit verzoek neerlegt bij BJZ. Meestal is dit ook weer de schoolmaatschappelijk werker. Hij of zij kan ter plekke inloggen in de gegevens van BJZ, waardoor de meest recente informatie beschikbaar is. Andersom kan hij of zij ook informatie ‘achterlaten’ bij BJZ.

Voordat een leerling in een ZAT wordt ingebracht, wordt hij of zij eerst in een van de interne zorgteams besproken. Hierin zitten in ieder geval de leerlingbegeleiders en teamleiders die de leerlingen persoonlijk kennen. De leerlingbegeleiders worden vaak ook counsellors genoemd en zijn gespecialiseerd in sociaal-emotionele problemen. De teamleiders zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in één of meer leerjaren van een locatie. Soms wordt het interne zorgteam uitgebreid met de mentor of schoolpsycholoog. De zorgteamvergaderingen vinden minstens iedere zes weken plaats en worden net als de ZAT-vergaderingen meestal voorgezeten door de zorgcoördinator. Als een probleem te complex is, wordt de leerling doorverwezen voor bespreking in een ZAT.

Combinatie van problemen

“Bij eenvoudiger problemen zoekt het zorgteam al direct naar oplossingen”, legt Van Zon uit. “Als een leerling bijvoorbeeld vaak ziek is, dan regel je vanuit het zorgteam meteen een afspraak met de schoolarts. Of als er sprake is van spijbelen, dan wordt er contact gelegd met de leerplichtambtenaar en ga je niet zes weken wachten op de volgende ZAT-vergadering.”

Wat is dan wel een typische aanleiding om een jongere in een ZAT te bespreken? “Bij ons is de voornaamste aanleiding de vrees dat een leerling voortijdig de school zal verlaten als gevolg van complexe problematiek die niet tijdig opgepakt wordt”, antwoordt Van Zon. “Aanleiding kan zijn spijbelgedrag, problemen in de thuissituatie, drugsgebruik, resultaten die ineens achteruit gaan. Meestal is het een combinatie van meerdere problemen waarbij je dus ook meerdere disciplines nodig hebt. Hoe kunnen we zo snel mogelijk de juiste hulp erop zetten, dat is steeds de centrale vraag.” Gemiddeld worden er zo’n vijf tot tien leerlingen per ZAT ingebracht.

Communicatie naar ouders

Om leerlingen in een ZAT te bespreken, is toestemming van de ouders nodig. Wat gebeurt er als die niet wordt gegeven? Van Zon: “Dan mag je zo’n leerling niet behandelen in een ZAT, tenzij er echt zwaarwegende argumenten zijn. Dat is het geval wanneer het kind in zijn of haar ontwikkeling wordt bedreigd en je kunt aantonen dat het in het belang van het kind is dat het toch besproken wordt. Soms wordt zo’n kind anoniem besproken, dat kan altijd. Maar bij voorkeur werken wij natuurlijk met de toestemming van de ouders. En over het algemeen zijn ouders juist blij met extra hulp als het niet goed gaat met hun kind. Hun voornaamste doel is ook dat het goed gaat met hun kind.”

Op de website van de GSg Schagen staat informatie over wat een ZAT is. “Maar het is pas op het moment dat een leerling in zicht komt voor bespreking in een ZAT, dat we echt actief gaan communiceren”, vertelt Van Zon. “Dan bellen we de ouders of we nodigen ze uit voor een persoonlijk gesprek op school. We vertellen wie erbij zit in zo’n ZAT en waarom. Erg belangrijk is dat je afspraken maakt over terugkoppeling. Dat ouders weten wat er is geadviseerd en wat er gaat gebeuren.”

Scholing, voorbereiding en regieafspraken

Het principe van de ZAT’s is niet nieuw in Schagen. “Volgens mij werken we al bijna 10 jaar volgens dit principe”, vertelt Van Zon. “In ieder geval langer dan dat de term bestaat”. Toch is vanaf het moment dat het ZAT-principe als beleid in het hele land werd aangekondigd, de effectiviteit van de ZAT’s toegenomen, vindt Van Zon. “Dat is onder andere het gevolg van de trainingen die ons werden aangeboden.”

“Wij hebben sinds die trainingen bijvoorbeeld ook een formulier dat we voorafgaand aan een ZAT moeten invullen. Het vaste format van dat formulier dwingt ons om alvast goed na te denken over je hulpvraag. Wat wil ik precies halen bij de externe hulpverlener? Met welk doel breng ik een leerling in? Is het ter informatie, als preventie, wil ik een consultatie? Tijdens onze training zijn we hier onder andere met rollenspellen in opgeleid en dat heeft echt meerwaarde gehad. Door scherper onze vragen te formuleren aan externe hulpverleners zijn de adviezen ook meer op maat.”

Belangrijk element in de effectiviteit van een ZAT zijn ook de afspraken over regie. Van Zon: “Het verschilt per casus wie de regie heeft . Soms ligt de regie bij jeugdzorg, soms bij de school. Dat maakt ook niet uit, zolang het maar duidelijk is. Door na bespreking van een bepaalde leerling nog even te herhalen wat de afspraken zijn en te benoemen wie de regie heeft, kun je de effectiviteit van het ZAT bevorderen. Zo wordt het steeds effectiever.”

Meer informatie

Voor meer informatie over de ZAT-organisatie van de GSg Schagen kunt u contact opnemen met An van Zon via: 0224-274747 of zon@gsgschagen.nl.

  • RSS
  • Twitter
  • Tekstgrootte 
  • -
  • +
Begrippen Sitemap