Home > Kamerstukken > Passend onderwijs en ZAT > Onderwerpen > Decentralisatie-uitkering Jeugd
Decentralisatie-uitkering Jeugd
Vanaf 2010 worden de middelen voor het preventieve lokale jeugdbeleid gefaseerd aan het gemeentefonds toegevoegd via de Decentralisatie-uitkering Jeugd (DU-Jeugd). Deze uitkering is vooralsnog bedoeld voor de G 31 aangevuld met vier van de vijf zogenoemde Ortega-gemeenten (Apeldoorn, Zoetermeer, Ede, Almere). Met de DU-Jeugd kan het preventieve lokale jeugdbeleid in brede zin vorm worden geven. De uitkering zal gefaseerd worden gevuld en op den duur zal uitbreiding van de DU-Jeugd naar alle gemeenten plaatsvinden.
Sluitend zorg- en hulpaanbod
De DU-Jeugd start in 2010 met de € 21,7 miljoen die in 2009 zijn uitgekeerd als onderdeel van de BDU/SIV voor het tegengaan van Voortijdig Schoolverlaters in het kader van het Grote Stedenbeleid (GSB). Deze middelen voor het tegengaan van Voortijdig Schoolverlaters liepen in 2009 af. Het kabinet heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om deze middelen niet om te buigen maar beschikbaar te houden voor gemeenten. Op die manier kunnen zij de aanpak van overbelaste jongeren op het niveau van het vmbo en mbo meer sluitend maken opdat meer jongeren hun schoolloopbaan succesvol kunnen afronden.
In vergelijking met de aanpak voortijdig schoolverlaten worden de middelen nu toegespitst op een sluitende zorg- en hulpaanbod voor overbelaste jongeren. Hiervoor wordt als indicator gebruikt het aantal vmbo-deelnemers in leerjaar 3 en 4 en mbo-deelnemers niveau 1 en 2 uit armoedeprobleemcumulatiegebieden. Deze toegespitste indicator heeft in vergelijking met de uitkering in de BDU/SIV een herverdeling tot gevolg richting gemeenten waarin de problematiek zowel absoluut als relatief het grootst is.
Te behalen resultaten
In overleg met gemeenten zijn in het najaar van 2009 en het begin van 2010 afspraken gemaakt over de te behalen resultaten in de eerst komende vijf jaar en de wijze waarop deze resultaten worden gemonitord, met behoud van de afspraken die in de convenanten met de 39 regio’s zijn gemaakt. In 2012 wordt bezien of gemeenten op koers liggen.
Aanvullende middelen
De DU-Jeugd is aanvullend op de middelen die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen voor de jeugdtaken van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning én de specifieke veiligheids- en leefbaarheidsmiddelen (bijv. de jaarlijks € 8 miljoen voor gezinsmanagers voor Marokkaans-Nederlandse probleemjeugd). Daarnaast heeft het kabinet op grond van het Aanvullend Beleidsakkoord 2 maal € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor de vorming van zogenoemde ‘plusvoorzieningen’ voor overbelaste jongeren in het (v)mbo. Deze middelen worden in 2009 én 2010 uitgekeerd aan de scholen via de tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren.
Welke afspraken zijn er gemaakt over de besteding van de DU-Jeugd middelen met de gemeenten die deze uitkering ontvangen?
Rijk en gemeenten hebben meerjarig afgesproken (2010 t/m 2014):
- gemeenten nemen de regie om in overleg en in samenwerking met het onderwijsveld en de hulpverleningsinstanties te voorzien in een sluitend zorg- en hulpaanbod voor overbelaste jongeren (voortijdig schoolverlaters die kampen met een cumulatie van problemen);
- streven is landelijk 5.500 overbelaste jongeren per jaar een gecombineerd programma van regulier onderwijs, zorg, hulpverlening, en waar nodig arbeidstoeleiding aan te bieden, op termijn leidend naar het behalen van een startkwalificatie;
- financiering vindt plaats uit middelen die het Rijk beschikbaar stelt aan gemeenten en scholen: het Rijk stelt aan de betrokken gemeenten met ingang van 1 januari 2010 € 21,7 miljoen op jaarbasis beschikbaar via de Decentralisatie-uitkering Jeugd. Contactscholen in de RMC-regio’s ontvangen tijdelijk voor de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 2 keer € 30 miljoen om zogenoemde plusvoorzieningen op te zetten;
- Rijk en gemeenten zullen de kennis rond succesvolle aanpakken delen, de resultaten gezamenlijk monitoren, om een landelijk beeld te krijgen van de resultaten van de gezamenlijke inzet;
minimaal éénmaal per jaar vindt een bestuurlijk overleg plaats tussen de betrokken bewindslieden en wethouders ter bespreking van de voortgang: successen en knelpunten, tussentijdse resultaten, financiering, bijsturen van afspraken en dergelijke; - in 2012 wordt in een tussentijdse evaluatie bezien of Rijk en betrokken gemeenten op koers liggen ten aanzien van de gestelde doelen, of de nieuwe wetgeving de aanpak van overbelaste jongeren in voldoende mate ondersteunt en of er financiële bijsturing nodig en mogelijk is om de gezamenlijk geformuleerde doelstellingen te kunnen blijven behalen.



