Vraag en antwoord

Op deze pagina staan projectspecifieke vragen over de invoering van Centra voor Jeugd en Gezin en vragen die een relatie hebben met de overige projecten. De top 10 met vragen over het lokale jeugdbeleid treft u aan in de rubriek vraag en antwoord

Wat is een CJG?

Een CJG is een Centrum voor Jeugd en Gezin voor ouders, jeugdigen en kinderen. Zij kunnen er vragen stellen over opgroeien en opvoeden. Een Centrum voor Jeugd en Gezin biedt ook hulp. Het is een laagdrempelig en herkenbaar centrum in de buurt.

Welke voorzieningen moet u aanbieden in een CJG?

Voor een CJG is een basismodel opgesteld, dat wettelijk wordt vastgelegd. In een CJG biedt u opvoed- en opgroeiondersteuning aan zoals staat omschreven in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). U geeft vorm aan de vijf functies van het preventieve jeugdbeleid uit de Wmo:

  • informatie en advies
  • signalering
  • verwijzen naar het totale lokale en regionale hulpaanbod
  • licht pedagogische hulp
  • coördinatie van zorg.

U bent verplicht het consultatiebureau en de jeugdarts in de structuur van het CJG op te nemen. Verder moet u zorgen voor een schakel met bureau Jeugdzorg en met de zorg-adviesteams.

Is een gemeente verplicht afspraken te maken met Bureau Jeugdzorg?

Ja. Het Centrum voor Jeugd en Gezin heeft een schakel met Bureau Jeugdzorg. Dit betekent dat u met de provincie op bestuurlijk niveau afspraken maakt over de geïndiceerde jeugdzorg. U moet er samen voor zorgen dat er op uitvoeringsniveau afspraken zijn tussen Bureau Jeugdzorg en de andere partijen die in het Centrum voor Jeugd en Gezin samenwerken.

Bent u verplicht eerstelijnszorg op te nemen in een CJG?

U bent verplicht een Centrum voor Jeugd en Gezin in te richten op basis van de functies uit het basismodel. Het consultatiebureau als eerstelijnszorgvoorziening valt hieronder. Om lokaal maatwerk te realiseren, bent u vrij om daarnaast ook samenwerkingsafspraken te maken met andere instanties uit de eerstelijnszorg.

Is een CJG een extra bureaucratische laag?

Nee. Het Centrum voor Jeugden Gezin moet worden ingericht als een herkenbaar laagdrempelig inlooppunt waarin de organisaties die de jeugdgezondheidszorg en de lokale jeugdzorg uitvoeren, hun werk in samenhang aanbieden. Dit bevordert de snelheid waarmee hulp of steun kan worden geleverd.

Wie leveren er de daadwerkelijke opvoedondersteuning in een CJG?

In een Centrum voor Jeugd en Gezin leveren bijvoorbeeld verpleegkundigen en artsen van de jeugdgezondheidszorg, (school-)maatschappelijk werkers en medewerkers jeugdzorg opvoedondersteuning. Andere hulpverleners die via een Centrum voor Jeugd en Gezin werken (of kunnen worden ingeschakeld), zijn onder anderen gezinsverzorgenden, leidsters van peuterspeelzalen en kinderopvang, jeugdwerkers, politie, huisartsen, pedagogen en medewerkers schuldsanering.

Hoe wordt een CJG gefinancierd?

Elke gemeente krijgt geld uit de Brede doeluitkering (BDU) om een Centrum voor Jeugd en Gezin te realiseren. U hoeft geen aanvraag in te dienen voor de BDU. Tot en met 2011 ontvangt elke gemeente automatisch het bedrag waar zij recht op heeft. In januari 2008 is het eerste voorschot overgemaakt.

Bent u verplicht een CJG op te zetten?

Ja, elke gemeente is verplicht een Centrum voor Jeugd en Gezin op te zetten. Deze plicht wordt vastgelegd in de Wet op de Jeugdzorg.

Meer informatie vindt u onder de rubriek Centrum voor Jeugd en Gezin.

Is er wettelijk toezicht op een CJG?

Ja. Op termijn oefenen verschillende inspecties toezicht uit.

Er zijn verschillende instanties betrokken bij een CJG. Welke instantie voert de regie over de samenwerking?

De gemeente is verantwoordelijk voor sluitende samenwerkingsafspraken tussen de instanties die samenwerken in een CJG. Dit wordt wettelijk vastgelegd in de Wet op de Jeugdzorg. De afspraken hebben een wederkerig karakter. Provincie en alle andere betrokken partijen zijn verplicht zich aan deze afspraken te houden.

Is vastgelegd wie leidinggeeft aan de medewerkers van een CJG?

Nee. U kunt dit zelf bepalen. Een aantal ideeën:

  • een coördinator of kwartiermaker stuurt medewerkers functioneel aan;
  • een coördinator is alleen voor bepaalde functies verantwoordelijk, voor het overige blijft de moederorganisatie verantwoordelijk;
  • degene die de coördinatie van de zorg op zich neemt, wordt ook als leidinggevende geaccepteerd;
  • een leidinggevende van de deelnemende organisaties als het Centrum voor Jeugd en Gezin een netwerkorganisatie of een netwerksamenwerking is.
Waar ligt de verantwoordelijkheid voor de zorgcoördinatie?

Als gemeente bent u er verantwoordelijk voor dat er een beslissing wordt genomen over de coördinatie van zorg. Dit wordt wettelijk vastgelegd. Wie (of welke instantie) er wordt aangewezen, is afhankelijk van de situatie. Per casus moet duidelijk zijn wie er verantwoordelijk is voor de coördinatie van zorg.

Voert een CJG indicatiestelling uit?

Nee. De verantwoordelijkheid voor indicatie ligt bij Bureau Jeugdzorg. Dit is vastgelegd in de Wet op de Jeugdzorg en verandert niet.

Werkt een CJG samen met Bureau Jeugdzorg?

Ja. Goede samenwerking tussen Centra voor Jeugd en Gezin en Bureau Jeugdzorg (BJZ) is belangrijk. De manier waarop een BJZ de indicatiestelling uitvoert, ligt niet vast. U maakt daar samen met de provincie afspraken over. Activiteiten van een BJZ kunnen plaatsvinden in een Centrum voor Jeugd en Gezin.

Moet een CJG in een nieuw gebouw worden gehuisvest?

Nee. Het is de bedoeling dat u een Centrum voor Jeugd en Gezin opzet als een netwerkorganisatie waarin alle betrokken organisaties hun diensten in samenhang aanbieden. Als het fysiek bundelen van functies in een Centrum voor Jeugd en Gezin een inhoudelijke meerwaarde heeft, dan bent u vrij om daar budget voor te reserveren. U kunt er bijvoorbeeld ook voor kiezen gebruik te maken van een pand waarin al een consultatiebureau of een jeugdarts is gevestigd.

Is er een relatie tussen een CJG en een zorg- en adviesteam (ZAT)?

Ja. Een belangrijk onderdeel van het basismodel voor de Centra voor Jeugd en Gezin is de aansluiting met de zorg- en adviesteams. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is een vaste partner in het overleg van een ZAT. Het is de bedoeling dat een ZAT en een CJG elkaar versterken.

Vervangt een CJG de zorg- en adviesteams?

Nee. Een zorg- en adviesteam (ZAT) is een multidisciplinair casusoverleg dat zorgt voor goede afstemming tussen hulpverleners zodat individuele kinderen op tijd adequate zorg/hulp ontvangen. Goede samenwerking tussen een ZAT en een Centrum voor Jeugd en Gezin is belangrijk om te voorkomen dat professionals niet van elkaar weten dat een kind hulp ontvangt en elkaar juist te kunnen versterken in de zorg voor het kind (en het gezin).

Is schoolmaatschappelijk werk een onderdeel van een CJG?

Ja. Schoolmaatschappelijk werk is een vorm van licht-pedagogische hulp, een onderdeel uit het basismodel van een Centrum voor Jeugd en Gezin. N.B. Dit betekent niet dat het schoolmaatschappelijke werk fysiek in een Centrum voor Jeugd en Gezin moet worden aangeboden. Het ligt voor de hand dat dat op school gebeurt.

Kan een advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) bij het CJG worden gevoegd?

Nee. Door de aard van het werk van een advies- en meldpunt kindermishandeling is het niet geschikt om bij een Centrum voor Jeugd en Gezin onder te brengen. Een advies- en meldpunt kindermishandeling schakelt met Bureau Jeugdzorg, het Bureau Jeugdzorg met het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Is een schakel met het Veiligheidshuis verplicht?

Nee. Voor een Centrum voor Jeugd en Gezin staan preventie en laagdrempeligheid voorop. Dit komt niet overeen met het doel van een Veiligheidshuis, namelijk voorkomen dat jongeren die zich hebben misdragen, in herhaling vallen. Samenwerking tussen het CJG en de partners die het Veiligheidshuis vormgeven, is uiteraard van groot belang.

Is er een relatie tussen de verwijsindex risicojongeren en het CJG?

Ja. Een verwijsindex brengt de risicosignalen van verschillende hulpverleners samen. Een jongere is pas geholpen als er een gezamenlijk plan van aanpak is. Daarom moeten er samenwerkingsafspraken worden gemaakt. Deze worden gemaakt in het kader van de Centra voor Jeugd en Gezin. Invoering van de Centra voor Jeugd en Gezin en de verwijsindex moet dan ook op lokaal niveau in samenhang plaatsvinden.

Is er een relatie tussen 'Aanpak kindermishandeling' en het CJG?

Ja. De aanpak van kindermishandeling hoort onderdeel te zijn van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Een onderdeel uit het actieplan voor de regionale aanpak van kindermishandeling is opvoedondersteuning realiseren via de Centra voor Jeugd en Gezin.

Is het logo voor de Centra voor Jeugd en Gezin digitaal beschikbaar?

Het logo, de gevelbelettering en andere huisstijlonderdelen, bijvoorbeeld briefpapier en visitekaartjes, kunt u downloaden vanaf de site www.huisstijlcjg.nl. Een gebruikersnaam en een wachtwoord vraagt u aan via het eerste scherm van deze site. 

Wanneer is de gereedschapskist klaar?

De 'gereedschapskist' wordt de komende jaren stap voor stap gevuld. Wij doen dit op basis van wensen die gemeenten en andere partijen uiten. In juni 2008 is de eerste versie verschenen. De map bevat de nieuwe handreiking over de onderdelen van een Centrum voor Jeugd en Gezin en een standaardconvenant voor de samenwerking tussen scholen en zorg- en adviesteams. Verder zit er informatie in over de landelijke verwijsindex risicojongeren en de helpdesk Privacy Jeugd en Gezin.

De gereedschapskist is uitdrukkelijk alleen voor gemeenten bestemd. U kunt de 'gereedschapskist' bestellen via het contactformulier. Het ministerie stelt per gemeente 2 mappen beschikbaar.

Bestaat er een lijst met locaties van CJG’s?

Ja. Er is een lijst met locaties van CJG's. Wij hebben per gemeente, in alfabetische volgorde, de Centra voor Jeugd en Gezin en vergelijkbare initiatieven die wij hebben 'gevonden' in een overzicht gezet. Onze bronnen zijn internet, digitale nieuwsbrieven, kranten en uw aanmeldingen. We vermelden het adres, telefoonnummer en het webadres als deze bij ons bekend zijn. Mist u een vermelding van een Centrum voor Jeugd en Gezin? Als u het contactformulier invult met de gegevens van het CJG, dan zorgen wij ervoor dat het op de lijst wordt gezet.

Hoe kunt u een CJG aanmelden?

Jeugd en Gezin wil graag weten hoeveel Centra voor Jeugd en Gezin er al zijn opgericht. Daarom treft u op deze website op verschillende plaatsen een oproep aan om het Centrum voor Jeugd en Gezin van de gemeente waar u voor werkt, te laten 'registreren'. Als u het contactformulier invult met de gegevens van het Centrum voor Jeugd en Gezin, dan zorgen wij ervoor dat het op de lijst met 'locaties van CJG's' wordt geplaatst. Deze lijst wordt elke maand geactualiseerd.

Wat is een online CJG?

Ouders zoeken steeds vaker op internet naar informatie over opvoeden en opgroeien. Sommige gemeenten zijn bezig om via hun CJG-website ouders en opvoeders met informatie op weg te helpen. Andere gemeenten willen hier nog mee starten.

Informatie over het DCJG vindt u op de projectpagina online CJG.

Wat is de BDU CJG?

BDU CJG staat voor Brede Doeluitkering Centra voor Jeugd en Gezin. In het bestuursakkoord “Samen aan de slag”, dat rijk en gemeenten hebben gesloten, zijn afspraken gemaakt over de uitvoering van het lokale jeugdbeleid. Een van de afspraken is dat een aantal geldstromen voor de jeugdgezondheidszorg en opvoed- en opgroeiondersteuning gebundeld en ontschot aan gemeenten wordt  toegekend via de Brede Doeluitkering Centra voor Jeugd en Gezin. De BDU CJG is een meerjarige uitkering die loopt van 2008 tot en met 2011.

Welke middelen worden via de BDU CJG ter beschikking gesteld?

In de BDU CJG zijn vijf afzonderlijke regelingen samengevoegd tot één uitkering aan gemeenten:

  • de Tijdelijke regeling specifieke uitkering jeugdgezondheidszorg,
  • de uitvoering van de motie Verhagen,
  • de impuls Opvoedondersteuning,
  • Opvoeden in de Buurt,
  • de beschikbare bedragen voor de prenatale zorg (met ingang van 2009).

Ook zijn de extra middelen die het kabinet ter beschikking heeft gesteld voor de vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin, in de BDU CJG opgenomen. De BDU CJG is een aanvulling op de al in het gemeentefonds aanwezige middelen voor jeugdgezondheidszorg en lokaal jeugdbeleid.

Welke vrijheid hebben gemeenten bij de besteding van de BDU CJG?

De BDU CJG is een meerjarige uitkering voor 2008 tot en met 2011. In de regeling wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende activiteiten die in het kader van de vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin worden ontwikkeld. Gemeenten krijgen met de BDU CJG meer vrijheid en daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid om de bedragen op de voor hen beste wijze en beste moment in te zetten.

Hoeveel extra middelen stelt het kabinet ter beschikking voor de vorming van de CJG's?

In het bestuursakkoord is de afspraak gemaakt dat het kabinet een extra bedrag oplopend tot € 100 miljoen in 2011 toevoegt aan de BDU CJG. Verder stelt het kabinet een bedrag oplopend van € 25 miljoen in 2008 tot € 100 miljoen in het jaar 2011 via het accres van het gemeentefonds beschikbaar. Voor de aanwending de van middelen die uit het accres van het gemeentefonds ter beschikking worden gesteld, moet de gemeenteraad goedkeuring verlenen. Met deze extra middelen wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de vorming van de Centra voor Jeugd en Gezin.

Welke financiële middelen zijn er, naast de BDU CJG, voor de jeugd(gezondheids)zorg?

Het kabinet heeft voor de invoering van het Digitaal Dossier in de Jeugdgezondheidszorg (DD JGZ) en de Verwijsindex Risicojongeren (VIR) een bedrag van € 5 miljoen in 2008 tot oplopend structureel € 20 miljoen in 2011 beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt via de algemene uitkering uit het gemeentefonds aan gemeenten ter beschikking gesteld.

Blijven de gelden van de BDU CJG beschikbaar na 2011?

De middelen in het kader van de BDU CJG blijven na beëindiging van de regeling beschikbaar voor gemeenten. In 2010 vindt besluitvorming plaats over de vraag hoe deze middelen ter beschikking worden gesteld aan de gemeenten: via een brede doeluitkering of via het Gemeentefonds.

Moeten gemeenten verslag doen van de activiteiten over de vorming van CJG’s?

Gemeenten maken jaarlijks voor 1 juli kort inhoudelijk verslag van de activiteiten uit het verslagjaar. Voor de verslaglegging is een interactieve digitale vragenlijst ontwikkeld. Hierdoor kunt u met een minimum aan administratieve lasten verslag uitbrengen van de vorderingen in de ontwikkeling van Centra voor Jeugd en Gezin. Aan het eind van de looptijd van de regeling vóór 1 juli 2012 moet elke gemeente een overzicht van de besteding van de uitkering indienen. Op basis van dit overzicht wordt de uitkering definitief vastgesteld.

Zijn gemeenten verplicht schriftelijke afspraken te maken over de samenwerking tussen CJG en ZAT's?

Op dit moment nog niet. Er bestaat wel het voornemen om het maken van schriftelijke samenwerkingsafspraken in de jeugdketen op te nemen in wetgeving. Schriftelijke afspraken helpen gemeenten realiseren dat alle betrokken instanties zijn gebonden om de in de gemeente woonachtige kinderen en jongeren snel en adequaat te helpen en daarvoor samen te werken. Het wetsvoorstel Centra voor Jeugd en Gezin en de regierol van gemeenten in de jeugdketen zal regels bevatten voor gemeenten over het maken van schriftelijke afspraken. Daarin zal onder andere vastgelegd worden:
- de taakverdeling tussen instanties, bijvoorbeeld hoe het CJG samenwerkt met Bureau Jeugdzorg en het onderwijs, welke functies het ZAT heeft en hoe het CJG en ZAT samenwerken;
- de deelname aan casusoverleggen, zoals de ZAT's en
- de coördinatie van de zorg.

Onder Aan de slag zijn standaardconvenanten te vinden die als voorbeeld kunnen dienen.

Wij willen graag eens kijken bij een CJG van een andere gemeente. Waar kunnen wij terecht?

Op onze webpagina met recent geopende CJG's vindt u een landkaart met daarop een recent overzicht van de ontwikkelingen op CJG-gebied. Zo kunt u zien hoe ver de gemeenten in uw regio zijn met de invoering van hun CJG. Via dezelfde pagina vindt u ook een lijst met de adressen van alle gerealiseerde CJG’s met de namen van de contactpersonen. Zo kunt u contact opnemen met een van de gemeenten in uw omgeving. Uiteraard kunt u ook contact opnemen met onze helpdesk.

Komen er veranderingen in het takenpakket van de jeugdverpleegkundige of het consultatiebureau als er een CJG komt?

De taken van een verpleegkundigen zullen waarschijnlijk niet heel veel veranderen door de komst van het CJG. Volgens het basismodel CJG moeten in ieder geval de zes taken afkomstig uit het Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg worden uitgevoerd, alsmede de WMO-functies uit prestatieveld 2.

De zes taken uit het basistakenpakket JGZ zijn niet veranderd met de komst van het CJG. Wel krijgen bepaalde aspecten in de dienst- en hulpverlening extra accent in een CJG. Belangrijke uitgangspunten zijn: vraaggericht werken, het versterken van de eigen kracht en samenwerken met andere disciplines, zoals het maatschappelijk werk.

In de recent verschenen brochure 'Professionals in het CJG' kunt u precies terugvinden welke taken uit het Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg en welke WMO-functies in het basismodel CJG zijn opgenomen.

Veroorzaakt het CJG veranderingen in het takenpakket van de verpleegkundige?

De taken van een verpleegkundige zullen waarschijnlijk niet heel veel veranderen door de komst van het CJG. Volgens het basismodel CJG moeten in ieder geval de zes taken afkomstig uit het Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg worden uitgevoerd, alsmede de Wmo-functies uit prestatieveld 2. De zes taken uit het basistakenpakket JGZ zijn niet veranderd met de komst van het CJG. Wel krijgen bepaalde aspecten in de dienst- en hulpverlening extra accent in een CJG.

Ook is het mogelijk dat er andere taken bijkomen doordat de verpleegkundige werkt vanuit een CJG, zoals het bemensen van een inlooppunt.  Belangrijke uitgangspunten zijn: vraaggericht werken, het versterken van de eigen kracht en samenwerken met andere disciplines, zoals het maatschappelijk werk.In de recent verschenen brochure 'Professionals in het CJG' kunt u precies terugvinden welke taken uit het Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg en welke Wmo-functies in het basismodel CJG zijn opgenomen.

De Brede Doeluitkering CJG loopt op 31 december 2011 af. Wat gebeurt er met de middelen voor deze regeling?

Deze BDU CJG wordt t/m 2011 verstrekt op grond van de Tijdelijke regeling CJG. Deze regeling geeft aan dat het de bedoeling is om bij een landelijke dekking van CJG’s de middelen structureel toe te voegen aan het Gemeentefonds. Vanaf 2012 worden de middelen daarom niet meer via de BDU, maar via een decentralisatieuitkering in het Gemeentefonds aan gemeenten ter beschikking gesteld. Dit betekent niet dat iedere gemeente in 2012 ook exact hetzelfde bedrag krijgt als in 2011. Het verdeelmodel wordt wellicht aangepast. Daarnaast wordt bij de verdeling gebruikgemaakt van geactualiseerde gegevens. Gemeenten ontvangen over de toevoeging aan het Gemeentefonds nadere informatie via de mei- en septembercirculaires van het Ministerie van BZK.

Wanneer komt er meer duidelijkheid over de manier waarop de zorg voor jeugd naar gemeenten wordt gedecentraliseerd?

Over de decentralisatie van de zorg voor jeugd naar gemeenten maken het Rijk, IPO en VNG op hoofdlijnen afspraken in het bestuursakkoord. Naar verwachting wordt dit akkoord op 28 maart door de partijen ondertekend. Dit akkoord is mede de basis voor een brief aan de Tweede Kamer over de decentralisatie van de jeugdzorg van de staatssecretaris van VWS en VenJ. Over deze brief zullen nog consultaties gaan plaatsvinden met gemeenten, provincies en veldorganisaties. De brief wordt in het voorjaar naar de Tweede Kamer gestuurd.

Wat kost mijn CJG?

CJG-adviseurs Leo Cok en Peter Cuyvers zijn momenteel bezig met het opstellen van een referentiebegrotingsmodel CJG. Dit toekomstige begrotingsmodel kan in principe door elke gemeente worden ingevuld en zal een helder overzicht geven van de diverse ontwikkelings- en exploitatiekosten van een lokaal Centrum voor Jeugd en Gezin. Momenteel draait een landelijke pilot die zoveel mogelijk gegevens moet opleveren voor het referentiebegrotingsmodel. Zeker vijftig gemeenten doen aan het proefproject mee. De eerste resultaten worden tijdens de vier CJG-bijeenkomsten in mei gepresenteerd. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Leo Cok, leo.cok@vng.nl of Peter Cuyvers, peter.cuyvers@vng.nl.

Ouders en opvoeders zijn vaak onzeker over het mediagebruik van hun kinderen. Wat kan het CJG hierin betekenen?

Kinderen kunnen veel leren van audiovisuele media. Mits deze passen bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind. CJG-medewerkers kunnen ouders op weg helpen om te bepalen wat geschikt is. De website Mediasmarties.nl geeft een overzicht van mediaproducten op leeftijd en thema. Mediasmarties, een onafhankelijke site in opdracht van OCW en VWS, geeft aan welke media het best passen bij welke ontwikkelingsfase en waarom. Andere vraagbaken zijn www.mijndigitalewereld.nl, het dossier Mediaopvoeding van het NJi en de site van stichting Mijn Kind Online. Tip: de recent geopende vraagbaak Mediaopvoeding van Ouders Online en Mediawijzer.net. Voor ouders én professionals.

Moet de besteding van de CJG-middelen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden in 2011?

Of is het aangaan van een verplichting in 2011 met een betaling in 2012 voor het Rijk ook acceptabel?

Antwoord

In artikel 9 Tijdelijke regeling CJG, eerste lid, is gesteld dat:
“De brede doeluitkering wordt vastgesteld op het bedrag dat de gemeente in de periode 2008 tot en met 2011 heeft besteed aan jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke ondersteuning jeugd, afstemming jeugd en gezin en het realiseren van centra voor jeugd en gezin in die periode.” Dit betekent dat de BDU CJG wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten in de periode 2008 tot en met 2011. Aanbestedingen die leiden tot uitgaven buiten de uitkeringsperiode van 2008 tot en met 2011 kunnen niet worden gerekend tot de werkelijke uitgaven. Lees hier meer over de overgang van de brede doeluitkering CJG naar de decentralisatie-uitkering CJG per 1 januari 2012.

Kan mijn CJG ook meedoen met de Week van de Opvoeding?

Gemeenten, Centra voor Jeugd en Gezin, verenigingen, scholen, instellingen en ouders kunnen meedoen aan de Week van de Opvoeding door een activiteit te organiseren. Er is van alles mogelijk, zo lang het maar gaat over de gewone dagelijkse opvoeding en de vragen die daar bij horen. Bijvoorbeeld: een verkiezing van de beste oppasoma, een mobiele koffietafel waar ouders hun ervaringen kunnen delen, of een lezing over positief opvoeden.

Kijk voor het overzicht of om activiteiten aan te melden op de website van de Week van de Opvoeding.

  • RSS
  • Twitter
  • Tekstgrootte 
  • -
  • +
Begrippen Sitemap